VWS-project in volle gang: ‘De hele maatschappij zal hier iets mee moeten’

Toen deze zomer duidelijk werd dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport investeert in informele zorg bij kanker ontstond het project: Toekomstbestendig organiseren en financieren van (informele) psychosociale zorg bij kanker (2022-2025). Johanna Kasperkovitz van IPSO is projectleider van het drie jaar durende project en vertelt er alles over. 

Kun je wat meer vertellen over je functie in het project?

‘Kwaliteit en samenwerking tussen formele en informele zorg zijn twee onderwerpen waar ik me als programmanager bij IPSO op focus. Deze onderwerpen zijn dermate belangrijk dat we ze nog veel verder willen verstevigen en ook breder willen trekken. Daarom dit VWS-project. Het was dan ook vrij logisch dat ik daarmee aan de slag zou gaan als projectleider. En ik doe het natuurlijk niet alleen, maar samen met een intern team en externe bureaus die we hiervoor hebben ingehuurd.’

Wat is het doel van het project?

‘Uiteindelijk willen we komen tot een blauwdruk voor een toekomstbestendige organisatie en financiering van informele psychosociale zorg bij kanker. Op dit moment werkt Ecorys aan een maatschappelijke businesscase.’

En de businesscase is het startpunt van het project?

‘Klopt, deze maatschappelijke businesscase gaat ervoor zorgen dat op verschillende manieren uitgedrukt kan worden wat de waarde is van informele zorg bij kanker. Dus in geld, maar misschien ook wel op andere manieren. Daarbij gaan ze ook kijken hoe dat dan in het huidige zorgstelsel ondergebracht kan worden. Ondertussen gaan we ook starten met de andere onderdelen van het project.

Zo luidt het tweede onderdeel: kwaliteitsbouw en -borging van informele psychosociale zorg bij kanker. Momenteel hebben wij een kwaliteitskader, heeft VPTZ een kwaliteitskader en hebben sommige informele zorgverleners geen kwaliteitskader. Het is belangrijk dat we een kwaliteitskader ontwikkelen waar we allemaal aan kunnen voldoen en wat de formele zorg ook voldoende vindt. En dat deze kwaliteit doorlopend geborgd wordt natuurlijk.

Het derde onderdeel richt zich op het stimuleren en uitbouwen van de samenwerking tussen de formele en informele psychosociale zorg en ondersteuning. We gaan dan met de verschillende zorgaanbieders kijken hoe er, ongeacht met wie je nou te maken hebt, beter rondom de patiënt samengewerkt kan worden. Dat gaat dan over de vindbaarheid en de sociale kaart, maar ook over het in beeld brengen van patiëntreizen; welke spelers zijn er allemaal actief, hoe zouden die dan door een patiënt gevonden kunnen worden en wie attendeert een patiënt erop wat het meest passend is. Daar gaan we ook andere stakeholders bij betrekken, zoals gemeenten en verzekeraars, om te kijken wat er vanuit financieringsoogpunt mogelijk is.

Het vierde en laatste onderdeel is: het integreren van de inzichten uit de drie onderdelen tot een blauwdruk voor de gehele informele psychosociale zorg in de oncologie. Deze moet ook geschikt zijn als inspiratie voor andere ziektebeelden en andere sectoren waar vrijwilligers ingezet worden. Door de vergrijzing  komt er natuurlijk een enorme hoos aan oudere mensen aan met diverse ziektebeelden en er is te weinig zorg beschikbaar. De formele zorg kan niet in alles voorzien en sommige dingen zijn beter af in de informele zorg. Zeker als het gaat om eenzaamheid of een stukje zingeving. Zonder geld kun je echter geen informele zorg bieden. Dat moet goed georganiseerd worden en er moet een bepaalde basis zijn om vrijwilligers op een goede manier dit soort dingen te kunnen laten doen. De hele maatschappij zal daar iets mee moeten. Hoe kun je als maatschappij beter gebruik maken van vrijwilligerswerk en hoe kun je het werken als vrijwilliger voor meer mensen mogelijk en aantrekkelijk maken?

Waarom wil het ministerie van VWS dat juist IPSO dit project coördineert?

‘IPSO is een goed georganiseerde speler met locaties in het hele land waar je laagdrempelig naartoe kunt. En daarbij hebben wij gewoon het initiatief genomen om hier een voorstel voor te schrijven.’

Zie je dit project als een ‘game changer’ voor IPSO en voor de informele psychosociale zorg?

‘Ja, inmiddels is het belang van informele zorg bij kanker duidelijk, maar “het hoe kunnen we dit allemaal voor elkaar krijgen?” nog niet. En daar is IPSO precies op ingesprongen. Ik zie dit project dus absoluut als een game changer. Het kan een enorme boost geven aan iets wat zich al een hele tijd begint af te tekenen, maar zonder de middelen kun je daar steeds maar een klein beetje van doen. Nu kunnen we in samenhang een heleboel doen.’

Wat is de meerwaarde voor de IPSO centra van dit project?

‘Sowieso worden ze landelijk veel beter op de kaart gezet. Daarnaast krijgen ze allerlei producten aangereikt, zoals een kwaliteitskader en allerlei instrumenten om hun samenwerking met andere partijen nog beter te faciliteren. En uiteindelijk hopen we natuurlijk dat de centra door dit project een structurele plek in het zorgstelsel krijgen.’

Wanneer kunnen we de eerste resultaten verwachten?

‘Eind van dit jaar wordt het rapport over de waarde van informele zorg gepubliceerd. Verder zullen er de komende drie jaar, zes Meet & Matches georganiseerd worden en zullen er 4 video’s ontwikkeld worden over de patiëntreis. Ook wordt een expertisecentrum opgetuigd met de verschillende producten die we ontwikkelen op het gebied van kwaliteit en samenwerking. Met als uiteindelijke resultaat: een blauwdruk die gepresenteerd wordt tijdens een eindconferentie.’

 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang regelmatig het laatste nieuws.