Roelie de Weerd / Gastvrouw Centrum voor leven met en na kanker
10 jaar geleden stapte Roelie de Weerd (80) als gastvrouw binnen bij het Toon Hermans Huis in Amersfoort. Nog altijd zet ze zich met plezier in voor het Centrum voor leven met en na kanker. ‘Door mijn eigen ervaring als nabestaande begrijp ik wat de gasten meemaken.’
Roelie de Weerd (80) verloor haar man ruim 10 jaar geleden aan de gevolgen van kanker. Tot dat moment wist ze nog niet van het bestaan van het IPSO centrum. ‘Ik heb na mijn pensioen altijd vrijwilligerswerk gedaan. Toen mijn man ziek werd, was ik druk met mantelzorg. Nadat hij overleed, wilde ik weer onder de mensen komen en kwam ik via Vrijwilligerswerk Stichting Ravelijn terecht bij het Toon Hermans Huis in Amersfoort.’
‘Zou je niet wat leukers verzinnen, mam?’
Haar kinderen fronsten even met hun wenkbrauwen toen ze hoorden dat ze vrijwilliger werd bij een centrum dat zich inzet voor het leven met en na kanker. ‘Zou je niet wat leukers verzinnen, mam?, zeiden ze. Maar ik voel me hier als in een warm bad.’
Ze noemt haar rol als gastvrouw een ‘win-win situatie’. ‘Ik zit hier met gastvrouwen en -heren die allemaal iets met kanker te maken hebben gehad. Er is een bepaalde verbondenheid onder de collega’s en ik zie sommigen zelfs buiten het centrum om.’
‘Toen mijn man ziek was, werd er altijd gevraagd hoe het met hém ging’ – Roelie de Weerd
Je verhaal kwijt kunnen
Roelie kan zich als gastvrouw goed inleven in de naasten en nabestaanden. ‘Door mijn eigen ervaring als nabestaande begrijp ik wat ze meemaken. Toen mijn man ziek was, werd er altijd gevraagd hoe het met hém ging. Op een gegeven moment dacht ik: wanneer wordt er eens gevraagd hoe het met mij gaat? Het is belangrijk dat er omgekeken wordt naar de naasten en nabestaanden. Zij moeten ook hun verhaal kwijt kunnen.’
Het van je af schrijven
Een mooi voorbeeld dat Roelie te binnen schiet in 10 jaar tijd als gastvrouw is een gesprek met een gast die als nabestaande steun zocht in het centrum. ‘Ze had geen contact meer met haar ouders, had geen kinderen en nu was haar man overleden aan kanker. Ze was boos op haar man, omdat hij ertussenuit was geknepen terwijl ze nog zoveel tegen hem wilde zeggen en ze nog zoveel kwijt wilde.’ Roelie vervolgt: ‘Nadat ik haar liet uitrazen, adviseerde ik haar eens een brief naar hem te schrijven. Ze keek me aan alsof ik gek was geworden. Maar maanden later vertelde ze me dat het schrijven zo heerlijk opluchtte en ze bedankte me. Dat vond ik zo fijn om te horen… Je kan eigenlijk niet met eigen ervaringen aankomen, maar in dit geval kon ik het gewoon niet laten.’
‘Je zal het niet geloven, maar er wordt hier ook best gelachen’ – Roelie de Weerd
Schrijven werkte namelijk ook therapeutisch voor Roelie na het verlies van haar man. ‘Ik schreef hem regelmatig brieven. Je hoeft dan niet op je woorden te letten en kan alles er gewoon uitknallen. Op een gegeven moment keek ik in mijn documenten en zag ik dat ik al een half jaar niet had geschreven. Ik had er blijkbaar geen behoefte meer aan. Toen dacht ik: het is tijd voor een afscheidsbrief. Ik schreef ‘m voor de laatste keer en zei dat ik al zoveel brieven geschreven had en maar geen reactie terug kreeg, dat ik er maar mee stopte, haha.’ Humor helpt bij de verwerking en voor humor is ook plek in het IPSO centrum. ‘Je zal het niet geloven, maar er wordt hier ook best gelachen.’ Roelie besluit: ‘Maar je hoeft hier niks, voel je vrij om binnen te lopen. De koffie staat klaar.’
Wil jij ook je ervaring delen met lotgenoten of heb je behoefte aan een luisterend oor? Klik hier voor een IPSO centrum (voorheen inloophuis) bij jou in de buurt.