Hans Scheltema / Uroloog bij Tergooi MC
‘De gezondheidszorg gaat in kwantitatieve en kwalitatieve zin tekort schieten als je bedenkt dat mensen steeds ouder worden. Want hoe ouder, hoe meer kankerzorg. Maar ook hoe meer multiproblematiek. Er hebben dus steeds meer mensen zorg nodig, maar de capaciteit van het ziekenhuis neemt niet toe en ook de behandelingen worden steeds duurder. Wij zien een steeds grotere groep mensen die behoefte krijgt aan psychosociale zorg. De reguliere gezondheidszorg kan dat qua capaciteit niet opvangen. De Centra voor leven met en na kanker kunnen wél aan een deel van deze zorgvraag voldoen. Mits ze de ruimte en de middelen krijgen om dit op te pakken.
Psychosociale steun zou voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Het helpt mensen met kanker, maar zeker ook hun dierbaren, om weer positief om te gaan met de mogelijkheden die ze hebben. Daarnaast helpt het ze om weer vertrouwen te krijgen in hun lichaam en in de toekomst. De centra zijn erop gericht te kijken naar de mogelijkheden die je wél hebt. Denk aan de dagelijkse dingen, maar ook aan bijvoorbeeld het terugkeren naar je werkplek. Dit alles is geheel op maat en behoeftegericht.
Ik merk dat mijn collega specialisten lang niet altijd de patiënten op het bestaan van de centra attenderen. Enerzijds omdat ze er onbekend mee zijn, maar vaak ook omdat ze wat wantrouwig zijn. Zo heerst het beeld dat het centrum op de stoel van de dokter gaat zitten. Of dat er bij wijze van spreken alternatieve geneeswijzen aangeboden worden. De reguliere gezondheidszorg moet weten wat het centrum kan én wat het ze oplevert.
Ik zie dat mensen er behoefte aan hebben en er sterker van worden. Het ondervangt eenzaamheid en ook hoeven ze bijvoorbeeld niet met hun psychosociale vragen bij de huisarts aan te kloppen. Ik zie in het ziekenhuis zoveel mensen die informele zorg nodig hebben, daarom ben ik heel blij met het bestaan van de centra. Puur om mensen geraakt door kanker weer op de been te krijgen.’