'Ik meld altijd aan mijn patiënten dat het centrum er is, zodat zij zich realiseren dat ze daar terecht kunnen voor problemen.'
Gabriël Paardekooper / Radiotherapeut-oncoloog Isala Ziekenhuis
‘Door de toenemende complexiteit in de oncologische zorg en het zo efficiënt mogelijk houden van de ziekenhuiszorg, komt de zachte kant soms onder druk te staan. Als iemand aan het eind van het consult in huilen uitbarst, zit de volgende patiënt al te wachten. Hierdoor kunnen artsen vaak niet de tijd en aandacht nemen die we zouden willen. Wij werken daarom samen met het Centrum voor leven met en na kanker hier in Zwolle. Zij blijven weg van de witte jassen en kunnen de rust en veiligheid creëren waarin de patiënt zijn verdriet en verhaal kwijt kan.
Net zoals de patiënt langs de chirurg en radiotherapeut gaat omdat dat specifieke deskundigheid vraagt, is psychosociale zorg ook een deskundigheid. Ik kan bij wijze van spreken de beste behandeling geven voor radiotherapie. Maar voor psychosociale zorg moet je tijd en continuïteit hebben. Daar moet dus ook een aparte plek voor zijn. Ik meld daarom altijd aan mijn patiënten dat het centrum er is, zodat zij zich realiseren dat ze daar terecht kunnen voor problemen als hoe vertel ik het de kinderen, hoe moet dat straks op mijn werk tot aan angsten. Patiënten die er geweest zijn, zijn stuk voor stuk positief. Vooral het luisterend oor in een niet klinische omgeving en mensen die je situatie herkennen, wordt als fijn ervaren. Maar natuurlijk ook dat er veel tijd en aandacht is.
Hetgeen de Centra voor leven met en na kanker doen is een vak: een onderdeel van de oncologisch zorg als geheel. Het zou helpen als men dit zou erkennen als een belangrijke bijdrage aan waarde gedreven zorg. Het draagt ook bij aan re-integratie en je rol kunnen pakken in je gezin. Als er ook voor deze vorm van zorg financiering gevonden wordt, hoeven de centra niet meer te leuren om het centrum overeind te houden en kunnen ze zich volledig richten op waar ze voor zijn: ervoor zorgen dat de patiënt weer beter in zijn vel komt.’