“Wat ons breken wil, is wat ons sterker maakt.”
Anke is 62 jaar als ze ontdekt dat ze non-hodgkin heeft, een chronische vorm van lymfeklierkanker. Ze vond veel steun bij IPSO-centrum Twente. ‘Hier kwam alles samen: beweging, ontmoeting, koffie aan een gezellige tafel. Geen ziekenhuisgevoel. Geen kille ruimte. Maar warmte.’
‘Ik ontdekte een bult in mijn hals. Kanker is geen onbekende in onze familie en mijn broer was overleden aan kanker op dezelfde leeftijd als dat ik de bult ontdekte. Ik heb mezelf lang voorgehouden dat het niks was maar op een gegeven moment moet je toch een keer naar de huisarts. Ik werd direct doorverwezen en zo kwam ik er snel achter dat ik ziek was.’
Daarna ging het razendsnel en kwam Anke terecht bij de oncoloog. Onderzoeken, doorverwijzingen, de oncoloog. Eerst bestraling. Daarna chemo. Immunotherapie en daarna weer chemo. ‘Voor een stamceltransplantatie kreeg ik zware chemo waar mijn eigen stamcellen werden geoogst. Maar mijn lichaam trok de grens. Ik werd zó ziek dat ik weken in het ziekenhuis lag. Vier maanden lag ik thuis vrijwel alleen maar op bed. De stamceltransplantatie kon daardoor niet doorgaan en verdere chemo ook niet. Ik heb nog net niet de crematie besteld, grapte ik later cynisch, maar zo voelde het wel.’ Anke was bezig met overleven.
Ziek zijn doe je nooit alleen
Kanker treft nooit alleen de persoon met de diagnose. ‘Wat de ziekte met mij deed, deed ook iets met mijn man. Mensen vragen altijd hoe het met míj gaat. Zelden hoe het met hém gaat. Terwijl hij net zo goed elke dag meeleeft, meedraagt, meevreest.
Ten tijde van de diagnose zijn Anke en haar man al 24 jaar samen. Ze zijn dichter bij elkaar gekomen dan ooit tevoren. ‘Mijn man zorgde voor mij zoals ik nooit eerder zo had gezien. Hij maakte eten voor me en kon veel meer koken dan ik dacht! We werden sterker. Niet ondanks de kanker maar erdoor. Toen ik net ziek begon te worden en wij samen alleen maar sterker werden heb ik een tatoeage laten zetten met tekst ‘wat ons breken wil is wat ons sterker maakt.’ Deze tekst komt van het prachtige nummer van de 3J’s, De Trein.’
Maar Anke ontdekte ook dat niet iedereen in haar omgeving bleef.
‘Vriendinnen met wie ik altijd naar concerten ging, zeiden: “Je bent zo veranderd. We vinden je niet meer leuk.” Ja, ik reageerde soms bot. Ja, ik had minder geduld. Maar ik was ook bang. Moe. Verdrietig. Misschien konden ze er niet mee omgaan of confronteerde mijn eigen ziekte hen met hun eigen angst. Sommige mensen haakten dus af. En hoe hard dat ook is: je leert wie de echte vrienden zijn.’
Anderzijds kwam er ook veel steun uit onverwachte hoek. ‘Toen ik ziek werd hadden we nog niet zo lang een pup. De tijd dat ik thuis alleen maar op bed lag en mijn man ook gewoon moest werken kregen we hulp uit de buurt. Buren boden aan de hond uit te laten en we kregen ook meer contact, ze vroegen hoe het met ons ging.’
Van overleven naar weer leven
Op het moment dat Anke in het ziekenhuis was voor immunotherapie raakte ze in gesprek met een man naast haar. ‘Deze man vertelde mij dat hij zou beginnen te sporten bij een oncologisch fysiotherapeut. In de voorgaande tweeënhalf jaar van mijn ziekte had ik daar nog nooit van gehoord. Niemand in het ziekenhuis had het genoemd. Geen folder meegekregen. Geen gesprek over nazorg. Terwijl je juist dán iets nodig hebt dat verder gaat dan alleen behandelen.’
Anke ontdekte dat bij haar eigen sportschool, waar ze voor haar diagnose ook kwam, een oncologisch fysiotherapeut had. De steun die ze daar van haar fysiotherapeut kreeg was ontzettend fijn.
“Kopje koffie?”
Via een lezing die de fysiotherapeut van Anke gaf over voeding bij IPSO-centrum Twente (voorheen De Nije Hoeve) ontdekte ze het centrum en is ze ook niet meer weggegaan.’ Bij IPSO-centrum Twente kwam alles samen: beweging, ontmoeting, koffie aan een gezellige tafel. Geen ziekenhuisgevoel. Geen kille ruimte. Maar warmte.’
‘De eerste keer dat iemand daar zei: “Anke, kopje koffie?” voelde ik me gezien. Hier mag ik zijn wie ik ben. Hier maakt het niet uit of ik vandaag energie heb of vanmiddag alsnog op de bank instort. Hier hoef ik me niet te schamen voor mijn chemobrein. Als we tijdens het sporten een oefening vergeten, lachen we erom. “Heb jij ‘m alweer?” Ja, ik weer. En zij ook. Gelukkig.’
De kankerclub
‘We noemen onszelf soms gekscherend “de kankerclub”. Niet uit lichtzinnigheid maar uit verbondenheid. We weten wat het betekent. We weten ook wat het níet betekent. Wie met kanker scheldt, krijgt het met mij aan de stok. Maar onderling? Onderling is het onze veilige grap, onze gezamenlijke taal.’
Helaas heeft Anke ook afscheid moeten nemen van een lid van hun club. ‘We wisten dat het zou komen. Toch raakt het. Haar man stuurde ons een bericht: dat ze het altijd over ons had. Dat ze zoveel steun aan ons had gehad. Dan weet je: wat we hier doen, doet ertoe.’
De hoge drempel
‘Wat me raakt, is hoe hoog de drempel is voor mensen om zo’n plek als IPSO-centrum Twente binnen te stappen. De schaamte. De onzekerheid. “Durf ik dit wel?” Iemand die hier voor het eerst hardop durfde te zeggen een stoma te hebben. Ondanks de schaamte werd het wel gezegd omdat hier niemand oordeelt.’
‘Ik ben inmiddels 66. Naast mij zitten vrouwen van 28 en 31. We verschillen in levensfase, maar niet in gevoel. Zij zitten met vragen over kinderen, hormonen, relaties die nog moeten beginnen. Ik hoef daar niet meer over na te denken. Maar de angst, het verlies, de onzekerheid; die herkennen we allemaal.’
De bezoeken aan het centrum heeft Anke veel gebracht. ‘Veiligheid. Energie. Humor. Verbinding. Een plek waar ik mag mopperen én lachen. Waar ik thuis kom met een hoofd vol verhalen en mijn man zegt, als ik weer voor de derde keer in een week naar het centrum ga: “Geniet ervan. Ik weet hoe vrolijk je terugkomt.”
Diepe verbinding
Kanker heeft Anke veel afgenomen. Niet alleen haar gezondheid maar ook zorgeloosheid en vriendschappen. ‘Maar het heeft me ook iets gegeven wat ik niet meer kwijt wil: diepe verbinding. Echte gesprekken. Mensen die blijven. En het besef dat, hoe breekbaar het leven ook is, er altijd weer iets kan groeien.’
Zoek een IPSO-centrum bij jou in de buurt
Met onze 100 IPSO-centra is er altijd één bij jou in de buurt.
Zoek een IPSO-centrum bij jou in de buurt