‘Als ik het eerder had geweten, was ik vóór mijn behandelingen hier gekomen’
‘Je moet het wiel eigenlijk zelf uitvinden,’ zegt Yvet. ‘En je bent al zo druk met je behandeling… dat voelt soms best wrang.’
Vier jaar geleden kreeg Yvet de diagnose borstkanker. ‘Ik ging gewoon naar de controle, het bevolkingsonderzoek,’ vertelt ze. ‘Ik ga daar altijd heel nuchter naartoe. Even de borsten laten checken en weer door.’
Maar dit keer voelde het anders. ‘Een paar dagen later belde de huisarts en dacht ik: dit is niet goed,’ zegt ze.
Niet veel later zat ze in het ziekenhuis. ‘Toen bleek het inderdaad mis te zijn.’
In de medische molen
‘Vanaf dat moment zit je in een soort draaimolen,’ vertelt Yvet. ‘Van het ene onderzoek naar het andere. Dit prikken, dat scannen, weer foto’s… je gaat eigenlijk gewoon mee.’
Er was geen tijd om stil te staan. ‘Je denkt er niet eens over na,’ zegt ze. ‘Je zit in die molen en je gaat door.’ Uiteindelijk bleek er meer aan de hand. ‘Er zat een hele plek achter mijn tepel die aan het ‘woekeren’ was,’ zegt ze. ‘Volgens mij waren er ook één of twee tumoren.’
Samen met haar man nam ze een besluit. ‘Ze konden mijn borst sparen,’ zegt ze. ‘Maar ik dacht: haal het er maar helemaal af. Ik wil geen twijfel.’
Dat bleek achteraf de juiste keuze. ‘Later vonden ze nog een gezwel dat ze eerst gemist hadden,’ vertelt ze. ‘Dat zat helemaal in een hoek verstopt.’
Leren leven met een lichaam dat veranderd is
Na de amputatie volgde een lang traject van reconstructie. ‘Dan krijg je een expander,’ legt ze uit. ‘Een soort zak die ze vullen om je borst weer vorm te geven.’
Het klinkt technisch en zo voelt het ook. ‘Ze klikken er een apparaat op en dan spuiten ze er vloeistof in,’ zegt ze. ‘Zo rekken ze alles langzaam op.’
Niet alles ging soepel. ‘De borstprothese ging aan de wandel omdat de expander te groot bleek,’ vertelt ze. ‘Dus moest ik opnieuw geopereerd worden. Met flinke hechtingen. Dat deed echt pijn.’
Ook daarna bleef het traject doorgaan waar het Yvet niet meezat. ‘Ontstekingen, open wonden, littekens… en dan nog die tepeltatoeage,’ zegt ze. Ze zucht even. ‘Dat was niet het resultaat wat ik hoopte, dus dat heb ik later weer moeten laten herstellen.’
‘Je bent er gewoon jaren mee bezig,’ vat ze samen. ‘En ik ben er nog steeds niet klaar mee.’
‘Je moet vechten voor je zorg’
Wat haar misschien nog wel het meest is bijgebleven, is hoe hard ze soms moest opkomen voor zichzelf. ‘Ze wilden me een dag na de operatie alweer naar huis sturen,’ vertelt ze. ‘Terwijl mijn bloeddruk laag was en ik bijna flauwviel.’
Dat ging haar te ver. ‘Toen ben ik echt boos geworden,’ zegt ze. ‘Ik zei: ik ga een klacht indienen.’ Ineens veranderde er veel. ‘Toen kwam de chirurg wél langs en mocht ik zo lang blijven als ik wilde,’ zegt ze. Ze lacht: ‘Prima, dan blijf ik nog een paar dagen.’
Ze kijkt er kritisch op terug. ‘Het is toch gek dat je eerst moet dreigen voordat er geluisterd wordt,’ zegt ze. ‘Je bent al bezig met je ziekte, en dan moet je ook nog vechten voor je zorg.’ Sindsdien is ze duidelijker geworden. ‘Ik geef gewoon aan wat ik wel en niet wil,’ zegt ze. ‘Geen oplosbare hechtingen meer bijvoorbeeld. Dat is bij mij alleen maar gaan ontsteken.’
Werken, willen – maar niet meer kunnen
Tegelijkertijd speelde er nog iets anders: werk. Yvette werkte in de zorg met mensen met dementie. ‘Prachtig werk,’ zegt ze. ‘Je hebt echt een band met de bewoners.’
Maar het lukte niet meer om terug te keren zoals voorheen. ‘Ik heb het echt geprobeerd,’ zegt ze. ‘Maar de energie is gewoon anders.’ Daar bovenop kwam de druk van het tweede ziektejaar. ‘Dan moet je ineens vier keer per maand solliciteren,’ vertelt ze. ‘En naar een coach. Terwijl je nog aan het herstellen bent.’
Ze schudt haar hoofd. ‘Dat geeft zoveel stress. En energie die je niet hebt.’ Uiteindelijk werd ze afgekeurd. ‘In het begin vond ik dat verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Je verliest je werk, je collega’s… dat doet pijn.’ Maar het gaf ook rust. ‘Je hoeft niet meer te vechten op dat vlak.’
De stap naar binnen
Hoe Yvet precies bij het Toon Hermans Huis Emmeloord terechtkwam, weet ze niet meer. ‘Misschien via een bericht of advertentie in de krant,’ zegt ze. ‘Maar ik twijfelde wel of ik zou gaan.’
Ze had een beeld in haar hoofd. ‘Ik dacht: zitten ze daar niet allemaal depressief aan een tafel?’ zegt ze eerlijk. ‘Een beetje vergelijken wie het ‘t zwaarst heeft zoals ook nog wel eens in het ziekenhuis gebeurde.’ Toch ging ze. ‘Gewoon op een koffieochtend naar binnen gelopen en aan tafel aangeschoven,’ vertelt ze. ‘En volgens mij hadden ze niet eens door dat ik nieuw was.’
Ze lacht. ‘Ik glipte er gewoon tussendoor zoals mij wel vaker gebeurt.’
‘Het is gewoon gezellig’
Vanaf die eerste keer in het IPSO-centrum voelde het anders dan verwacht. ‘Het is hier helemaal niet zwaar,’ zegt ze. ‘Ja, er komen soms moeilijke onderwerpen langs. Maar mensen zitten hier niet constant te huilen.’
Wat haar vooral aanspreekt, is de openheid. ‘Je kunt hier gewoon praten,’ zegt ze. ‘Over je ziekte, je behandelingen… iedereen snapt waar je het over hebt.’ Ze hoeft niets uit te leggen. ‘De termen; injecties, protheses, reconstructies, iedereen kent het,’ vertelt ze. ‘Dat maakt het makkelijker.’
En er wordt gelachen. ‘Vaak ook met humor,’ zegt ze. ‘Dat relativeert.’
Herkenning en ruimte
Wat Yvet mist in haar eigen omgeving, vindt ze hier wèl. ‘Thuis heb ik soms het gevoel: daar heb je haar weer met haar verhaal,’ zegt ze. In het IPSO-centrum is dat anders. ‘Hier denkt niemand dat,’ legt ze uit. ‘Je kunt vrijuit praten.’
Maar het gaat niet alleen om praten. ‘Soms is het gewoon fijn om er te zijn,’ zegt ze. ‘Een kop koffie, een paar gesprekken, dat is genoeg.’ Ze benoemt ook de herkenning. ‘Als iemand het heeft over vermoeidheid, en zegt: ‘ik heb dat al jaren’… dan denk je: oh, dus dat is normaal.’
Wat had ze eerder willen weten?
Als ze terugkijkt, was ze liever eerder naar het Toon Hermans Huis gekomen. ‘Als ik dit vooraf had geweten,’ zegt ze, ‘dan was ik hier al vóór mijn behandelingen gekomen. Dan had ik niet alles zelf hoeven uitzoeken,’ licht ze toe. ‘En dan had ik eerder die herkenning gehad.’
Ook zou het makkelijker zijn geweest om met anderen te praten. ‘Sommige dingen bespreek je liever niet met je partner of familie,’ zegt ze. ‘Dat voelt anders.’
Kleine dingen die veel doen
Yvet waardeert vooral de sfeer. ‘Gewoon dat je hier mag zijn hoe je bent,’ zegt ze. En de mensen. ‘De vrijwilligers zijn fantastisch,’ zegt ze. ‘Echt warme mensen.’
Dat soort details maken het verschil. ‘Laatst had ik bloemen over, toen heb ik ze hier gebracht,’ vertelt ze. ‘Gewoon omdat ze zo lief zijn.’
Haar boodschap
Voor mensen die nog twijfelen, heeft ze een duidelijke tip: ‘Als je van tevoren weet hoe het hier is, dan stap je makkelijker naar binnen.’ Ze denkt even na en zegt dan: ‘Je hoeft hier niet zwaar te doen. Het is gewoon… een fijne plek waar je jezelf kunt zijn.’
En misschien wel het belangrijkste:
‘Je hoeft hier niets uit te leggen. Dat scheelt zoveel.’
Door heel Nederland zijn er ruim 100 IPSO-centra voor iedereen die geraakt is door kanker; (ex-)patiënten, naasten en nabestaanden.